Terug

Strijdende Jeugd

 

Jeugdblad voor Ootmarsum.

1948

3e Jaargang nr. 3

 

 

 

De Eerste Klas Zwerftocht

 

 

Voordat een verkenner het hoge rang insigne van 1e klas kan krijgen, moet hij als laatste eis het volgende kunnen en durven: alleen of met een ander te voet een tocht maken van 24 uur, onderweg koken, 's nachts slapen. Bagage, tent en alles wat hij nodig heeft, moet hij zelf meedragen.

 

Zaterdag 5 Juni vertrok onze eerste verkenner voor een dergelijke tocht. Het is goed voor de ouders de korte inhoud van zo'n tocht te lezen, misschien ter geruststelling, misschien ook om te constateren, dat hun eigen zoon zoiets nooit zou durven of kunnen. Om 3 uur stonden beide Verkenners bij het gebouw in de Kloosterstraat. Ze konden in de verste verte niet vermoeden, waar de tocht heen zou gaan en wat hun onderweg zou overkomen. Ze kregen een enveloppe met wat geld en een briefje half vier op de bus te stappen en er bij de Vasser kerk weer uit te gaan. Daar konden ze een tweede enveloppe openmaken. Ze bevatte een schetskaartje dat hun dwars door bos en hei moest brengen naar Steggink op de Haarler heide, zonder dat de naam vermeld stond. Met volledige bepakking en steeds de route bestuderend bereikten ze het doel.

 

Daar lag een nieuwe opdracht klaar; Volg precies grens tussen de gemeentes Denekamp en Tubbergen gelijk de stafkaart ze aangeeft. Dat was een zware tocht. Het ging nu meestal niet meer over een gebaand pad, maar door walden, dichte bossen, heide enz. Waar een kruisje op de kaart was aangebracht, zochten ze de nabij wonende boer op. De zware bepakking werd achtergelaten en hoewel het begon te regenen vertrokken ze naar Reutum om hier en daar even schuilend de weg van de boer (Paul) tot de kerk in Reutum te schetsen. Het was bij acht uur toen ze terugkeerden.

 

Waar zouden ze die nacht slapen? Nog onbekend. En de regen nam toe. Bij de boer bleek een nieuwe enveloppe een kaart te bevatten met een kruisje op de heide waar de tent moest worden opgezet op de grens tussen Reutum en Agelo. In stromende regen kwam de tent overeind op een eenzaam plaatsje aan de rand van een donker bos. Het was ruim 10 uur toen plots een hoofd door de tent stak. Het waren enkele leiders op controletocht. Met zijn tweeën brachten ze verder de nacht door onder het dunne doek van een tentje, dat aan regen en wind weerstand bood.

 

Zondag na de H. Mis en ontbijt vertrokken ze om via een boer in Agelo het kanaal te bereiken, daar te koken, een huis te tekenen en een aantal boombladeren te verzamelen. Precies 2 uur stond de a.s. 1e Klasser in in zwempak in het bos van Lohuis. Waarvoor? Onbekend. Dan snijdt het geluid van een fluitje door de lucht. Morse signalen volgen. De Verkenner werkt zich tussen brandnetels en doornen heen, schramt zich hier en daar, maar zwemt dan zonder aarzelen over het kanaal en spoort daar de fluiter op. De terugtocht maakt hij met een zak met gips, die absoluut niet nat mag worden, dus zwemmen met één hand. Na enige gipsafdrukken bereikt hij om ruim 4.30 uur Ootmarsum. Hij heeft de proef doorstaan! Dat is mannenwerk! Alleen voor jongens met pit. Die zijn er gelukkig nog.

 

Staf.